Aflevering 1: Wakker worden

Vertaling door David Vanhauter

“Wake up, Sunshine,” Levi werd wakker gemaakt door een bekende stem uit een nog troebel, onherkenbaar gezicht. “Marcel, ben jij dat?” vroeg Levi.

“Ja, ik ben het makker. Hoe voel je je?”

“Een beetje licht in mijn hoofd. Zijn wij in het ziekenhuis?” Hij wreef in zijn ogen en trachtte door de waas heen te kijken.

“Niet echt. Kun je zitten?”

“Hoe bedoel je, ‘niet echt’? Hoe lang ben ik ‘out’ geweest?”

De waas trok stilaan weg. De kamer zag er totaal anders uit dan enig ander ziekenhuis dat Levi vroeger gezien had. Het voelde meer aan als een studio uit de toekomst. De meubelen konden recht uit een Star Trek filmset weggenomen zijn. Diffuus licht dat uit de muur leek te komen was maar één kenmerk van de moderne, futuristische setting van de kamer. Alles was wit. De muren, het sofaatje naast het bed, het tafeltje en de vier stoelen aan de andere kant van de kamer, de bloemenvaas, de waterfles op de tafel – alles wit. Marcel kwam dichterbij, met een glas water in zijn hand ging hij op de rand van het bed zitten.

“Best een lange tijd, vriend. Hier, drink wat water.”

Levi ging rechtop zitten, waarop de waas onmiddellijk verdween. Totaal verward probeerde Levi te achterhalen waar hij was. Hij bekeek zichzelf, maar dat maakte hem niets wijzer. Hij was gekleed in wat leek op patiëntenkleding uit een ziekenhuis. Hij mocht dan al wel een hele tijd in coma gelegen hebben, hij voelde zich allerminst alsof hij uit een soort vegetatieve toestand was ontwaakt. Zijn ogen richtten zich nu op Marcel. Die zag er ook anders uit.

“Wat heb jij met je gezicht gedaan? Heb jij een Botox-behandeling laten doen of zo?”

“Kom op! Trek dit aan. We gaan iets eten, je zult wel honger hebben.” Marcel gaf hem een paar sneakers, een jeans en een NASA T-shirt.

“Serieus?” vroeg Levi terwijl hij het T-shirt voor zich hield.

“Wat?” grinnikte Marcel.

Levi ging naar badkamer om zich om te kleden. “My Rockets!” Schreeuwde hij, helemaal in shock van wat hij in het spiegeltje boven de wasbak zag.

“Wat scheelt er?” Vroeg Marcel met een glimlach op zijn gezicht, goed wetende wat er aan de hand was.

“Wat is er met mij gebeurd? Kijk naar mijn gezicht” riep Levi, nog steeds niet gelovende wat zijn ogen zagen. De rimpels op zijn gezicht waren verdwenen, net als elke andere imperfectie die er vroeger was. “Ik zie er minstens 20 jaar jonger uit.” De spiegel onthulde verder een fysiek waar een Olympisch gymnast trots op zou zijn, en zeker niet die van de sedentaire astrofysicus van middelbare leeftijd die hij was. “En ik heb plots spieren? Plastische chirurgie zou mijn gezicht kunnen verklaren, maar dit?! Hoe is dit in godsnaam gebeurd?”

“Kom mee, Levi. Er is nog wel wat meer veranderd terwijl je sliep.” Zei Marcel terwijl hij al naar buiten stapte.

“Wat? Wacht!! Wat? Hoe lang heb ik geslapen dan?” Vroeg Levi terwijl hij de badkamer verliet en Marcel achterna holde de gang in. “Asjeblief, zeg me dat ik geen proefproject geworden ben in één of ander cryogenetisch project of … oh wow!” Het zicht vanuit de hal was onwaarschijnlijk. “Kijk hiernaar man! Serieus, Waar zijn we?”

“Kom op. Ik wil dat je het met je eigen ogen ziet,” Zei Marcel terwijl hij in de glazen lift stapte die een adembenemend zicht onthulde op de gigantische ondergrondse labo-achtige structuur terwijl die opsteeg. De lift verscheen uiteindelijk bovengronds en opende zijn glazen deuren.

“Hier zijn we makker. Welkom in de toekomst.”

Ze stapten uit de glazen lift in een enorme tweedelige lobby met blitse kroonluchters, gepolijste marmeren vloeren en een ontzagwekkende glazen gevel, die dienst leek te doen als receptie voor deze voor Levi nog steeds totaal onbekende plek.

Toen hij uit de lift kwam, wierp hij een blik door de glazen wand en hij kon de stad daarbuiten waarnemen. Hij liep langs de receptionisten achter de lange stamvormige receptiedesk, waarvoor mensen een rij vormden, op wat een nogal drukke dag leek. Levi was verbijsterd door wat zijn ogen te zien kregen aan de andere kant van de glazen muur. Het beeld was hem enigszins bekend, maar zag er niet helemaal uit zoals hij het zich herinnerde. “Is dat de Brooklyn Bridge? Zijn wij in New York?” vroeg hij met een trillende stem.

“New York it is” glunderde Marcel. “Welkom thuis, maat. Kom op. We willen niet te laat komen voor het avondeten. Enkele heel speciale mensen kunnen echt geen dag langer meer wachten om jou terug te zien.”

Toen ze enkele passen buiten het complex gezet hadden stopte Levi in het midden van het voetpad, en keek vol ontzag in alle richtingen. Alles was zo groen. Er waren zoveel soorten bomen en planten waar je ook keek. De bomen klommen langs de gebouwen op, kwamen er uit of liepen soms dwars door de huizen heen. De scène gaf je het gevoel alsof New York ingehuisd was in een bos met futuristische high-tech wegen. Je kon zelfs wilde dieren opmerken die in de omgeving rondliepen en vlogen, alsof die net zo goed aan hun toebehoorde als aan ons.

Daarentegen waren er geen auto’s, motoren, trams bussen of enige andere 21ste -eeuwse voertuigen op te merken. Het gewoonlijke stadsgedreun van ronkende motoren, toeterende automobilisten, vrachtwagens, bussen, sirenes en zelfs drilboren, had plaats gemaakt voor een stilte, die enkel ritmisch ‘verstoord’ werd door het gezang van vogels, water dat naar beneden kabbelt, bladeren die ritselen in de wind en hier en daar kon je ook een brul, kwaak, of een schreeuw horen van vriendelijke wezens, die allen dichtbij in harmonie leken te leven. Glimlachende mensen passeerden, zich voortbewegend op een tempo waaruit bleek dat ze helemaal geen haast hadden.

Slechts enkele gebouwen waren skyhigh. Net als het ondergrondse gebouw waarin Levi wakker werd, leken de meeste kantoorgebouwen diep ondergronds gehuisvest. Dat maakte het aanzicht van de Brooklyn Bridge, uitstekend boven een zee van groen, zonder hoge gebouwen die wedijverden om aandacht, nog indrukwekkender. Maar de bekende historische brug was niet langer een snelweg voor brandstof-aangedreven voertuigen. Het asfalt was vervangen door wat leek op buizen. En in plaats van auto’s, vlogen glazen pods erdoorheen.

“Levi!” Marcel knipte even met zijn vingers om Levi’s aandacht vast te krijgen. “Kom op” riep Marcel vanuit een soort bushalte even verder van waar Levi nog steeds stil stond, hij kon nauwelijks ademhalen van verbazing.

“Dit kan New York niet zijn man! Wat is er gebeurd?” Vroeg Levi.

“New York is nu een heel andere plek geworden. De meeste gebouwen werden geheel of gedeeltelijk verwoest tijdens de Laatste Oorlog. De Brooklyn Bridge was één van de weinige monumenten die het overleefd hebben. Hier komt de volgende pod. Laten we deze pakken”, zei Marcel.

“Laatste Oorlog?” Vroeg Levi.

“Sorry, lang verhaal” ging Marcel verder terwijl de melkwitte glazen deuren open gleden voor hen. “No worries, Ik vertel je er later alles over”

“Later? Waarom nu niet? Oh mijn God!” Zei Levi, onder de indruk van de hightech look en gesofisticeerde afwerking van het interieur van de Pod. “Is dit één van die Hyperloop projects?”

“Yep,” Antwoordde Marcel.

“Een systeem van buizen waardoor een Pod kan reizen zonder luchtweerstand of frictie. Het systeem wordt Elektromagnetisch aangedreven en functioneert tegelijkertijd als een generator die duurzame, milieuvriendelijke energie opwekt en opslaat.” Levi beschreef het Hyperloop project, nog steeds niet gelovend dat hij op het punt stond werkelijk in één te reizen. 

“Dat is hem. Je kan er de hele wereld in rondreizen. Meestal ondergronds, maar wanneer je aan het oppervlak komt kan het zicht adembenemend zijn.” Zei Marcel.

De Pod zweefde door de stad. Levi zette zich neer, met open mond keek hij door de kolossale ramen waarvan de hele Pod gemaakt was. Hij scande alles, wijzend en vragen stellend over alles wat zijn ogen te zien kregen. Levi was overweldigd door alles en gedroeg zich als een klein kind in een pretpark. Hij was geboren in deze stad. Hij kende die als zijn broekzak, maar nu was bijna alles anders. Hij raakte opgewonden, tijdens de zeldzame momenten dat hij iets herkende, een oud gebouw of een straat die hem terugbracht naar zijn kindertijd. Marcel probeerde elk van Levi’s vragen met zoveel mogelijk technische details te beantwoorden om de nieuwsgierige, wetenschappelijke geest van zijn beste vriend te bevredigen.

“Ik heb je gemist man!” zei Marcel tijdens een moment waarin hij Levi’s opwinding deelde.

“Echt? Ik zou denken dat je ervan genoten heb niet elke dag met mij opgescheept te zitten. Freedom at last, toch?” Antwoordde Levi, duidelijk grappend.

“Je kunt je niet méér vergissen. Ik heb lang op deze dag gewacht.”

“Sinds wanneer ben jij zo emotioneel geworden?”

“Ik heb gewoon mijn vriend gemist. Heb je daar een probleem mee?”

“Och dat hangt ervan af. Ga je me nu kussen? Ik ben niet echt een kusser en al zeker geen knuffelaar, dat weet je.”

“Ha, ha. Grappig. Je hebt gelijk. Ik had meer van je afwezigheid moeten genieten terwijl ik kon. Zei Marcel terwijl hij hem ‘liefkozend’ een tik gaf op zijn achterhoofd.”

Beiden lachten hardop, anderen in de Pod merkten dat op en lachten naar hen, terwijl ze elkaar ophitsten zoals in the good old days. De dame aan de andere kant van de pod toonde wat interesse.

“Jullie hebben zo’n lol” zei ze met een brede glimlach.

“Mijn vriend hier werd vandaag opgewekt.” Stelde Marcel terwijl hij opstond en Levi mee rechttrok.

“Oh, wow! Welkom terug. Gefeliciteerd,” antwoordden de mensen in de pod, ze stonden op en kwamen hem begroeten. Omgeven door al die mensen die hem aandacht en liefde gaven, voelde Levi zich als een beroemdheid.

“Bedankt iedereen. Jullie zijn erg aardig. Dank u.” zei Levi bedeesd terwijl hij schouderklopjes en knuffels in ontvangst nam. “Dank u. Blij hier te zijn. Euhm, excuseer ons heel even alstublieft. Hij liep weg van de groep en trok Marcel mee met hem. Hij keek hem aan en vroeg fluisterend: “Wat gebeurt hier? Ken jij die mensen?” 

“Niet persoonlijk. Nee. Waarom?”

“Vond je dat niet een beetje vreemd?”

“Zij begrijpen wat het betekent dat je opgewekt bent. Ze zijn blij voor je”

“Hoe bedoel je, ik werd ‘opgewekt’? uit een coma of zo?”

“Niet echt.”.

“Wel, hoe dan?”

“Misschien kun je beter even gaan zitten.” Zei Marcel nu ernstig.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *